| Home | Contact





 

Home  |   Wie zijn wij   |  Financiële administratie  |   Salarisadministratie Belastingadvies en aangiften  |  Opdrachtgevers  |  Contact  |  Route  |

 


Welkom bij Administratiekantoor

Hiermee heeft u de eerste stap gezet naar een zorgeloze boekhouding. Dat bespaart u tijd en kosten, zodat u zich kunt concentreren op waar het werkelijk om gaat; ondernemen!

 

 


Wij dragen zorg voor al uw
administratie, voor zowel  particulier als
bedrijfsmatig administratie, bent u bij
ons aan het juiste adres!

Maak nu een afspraak met één van onze
adviseurs!





  van Heemstraweg 16
  6644 KG Ewijk
  T 024-6456087
  E info@roebbers.nl

   KVK-nummer: 09103133

Onzakelijke lening
Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLINLHR2018291, 17/01191 | 08-03-2018

Een lening tussen gelieerde partijen kan als onzakelijk worden aangemerkt wanneer deze onder zodanige voorwaarden is verstrekt dat een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou accepteren. De beoordeling van de zakelijkheid van een lening gebeurt in eerste instantie naar het moment van de geldverstrekking. Ook een geldlening, die valt onder het regime van de terbeschikkingstellingsregeling van de Wet IB 2001, kan een onzakelijke lening zijn. De bewijslast voor onzakelijkheid van de lening ligt bij de inspecteur.

In een procedure voerde de inspecteur ter onderbouwing van de onzakelijkheid van een lening aan, dat de debiteur geen zekerheden had gesteld, dat er geen aflossingsschema was en dat externe partijen niet bereid waren om een financiering te verstrekken. De procedure had betrekking op een lening die door een aandeelhouder aan een bv was verstrekt. De bv verkeerde voor de verstrekking van de geldlening al in een slechte financiĆ«le positie verkeerde. Het hof was van oordeel dat de aandeelhouder een onzakelijk debiteurenrisico had aanvaard vanuit zijn positie als aandeelhouder. De bewijslast van de inspecteur gaat niet zo ver dat hij moet aantonen dat ook andere externe financiers dan de banken, aan wie tevergeefs om een financiering is gevraagd, niet bereid waren de geldlening onder dezelfde voorwaarden als de aandeelhouder te verstrekken.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de aandeelhouder tegen de uitspraak van het hof ongegrond verklaard.

Terug